Nederlandse regels met betrekking tot langdurig verblijf in het buitenland
Inleiding
Langdurig verblijf in het buitenland heeft een noodzakelijke keerzijde: u bent langdurig weg uit Nederland. De vraag rijst dan, hoe lang u uit Nederland weg kunt zijn zonder dat daarmee uw positie als ingezetene in Nederland in gevaar te brengen.
Het antwoord op deze vraag luidt: zolang u 'feitelijk in Nederland woont' heeft langdurig verblijf in het buitenland geen gevolgen voor uw positie in Nederland.
Maar, zo zult u zeggen, wanneer woon ik feitelijk in Nederland? U vindt het antwoord in artikel 10 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Kort gezegd: u woont waar u bestendig verblijft. Voor de uitleg van bestendig verblijf geldt nog steeds een uitspraak van de Hoge Raad van 19 januari 1880, (W 4475, voor wie het na wil zoeken): (uw woonstede is) 'de plaats, waar iemand werkelijk woont met zijn gezin, waar hij de zetel van zijn fortuin heeft, zijn zaken behartigt, zijn goederen en eigendommen beheert, zodat men er niet vandaan gaat dan met een bepaald doel en voor een bepaalde tijd en tevens met het plan om als dat doel bereikt is terug te keren'.
Het hangt dus helemaal af van de beoordeling van de feitelijke omstandigheden. Zo lang u in Nederland nog een huis hebt of een chalet op een camping of woont bij een van uw kinderen, een bankrekening en met enige regelmaat in Nederland bent, zult u al snel uw woonplaats in Nederland hebben, ook als u regelmatig langere tijd in (bijvoorbeeld) Spanje verblijft.
Wet Gemeentelijke Basisadministratie en Persoonsgegevens
Maar hiermee is het verhaal niet af. Behalve het Burgerlijk Wetboek hebben we in Nederland ook nog een Wet Gemeentelijke Basisadministratie en Persoonsgegevens. Deze wet legt u een aantal verplichtingen op met betrekking tot het doen van aangifte van (o.a.) uw (woon)adres in Nederland. Deze verplichtingen gelden voor iedereen, ongeacht nationaliteit, die in Nederland verblijft voor een periode van meer dan “twee-derde van een half jaar” (vier maanden dus).
De relevante artikelen zijn:
Artikel 65: Wie naar redelijke verwachting gedurende een half jaar ten minste twee derde van de tijd (vier maanden dus) in Nederland verblijf zal houden, is verplicht binnen vijf dagen in persoon aangifte van verblijf en adres te doen bij het bestuur van de gemeente, waar hij zijn woonadres heeft.
Als u geen woonadres hebt, bent u verplicht een briefadres te kiezen, anders is inschrijving onmogelijk.
Na aangifte bent u ingeschrevene in de betreffende gemeente en ingezetene in Nederland. Deze situatie zal voor de meeste overwinteraars van geboorte af aan (uw vader of moeder heeft ooit aangifte gedaan van uw geboorte) van toepassing zijn.
Artikel 68: De ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar tenminste twee derde van die tijd (acht maanden dus) buiten Nederland zal verblijven is verplicht binnen vijf dagen vóór zijn vertrek schriftelijk aangifte te doen bij zijn gemeente van inschrijving. De gemeente tekent dan op uw persoonskaart aan, dat u niet langer ingezetene bent. U blijft overigens dus wel ingeschrevene bij die gemeente!. Voor een nieuw paspoort of rijbewijs moet u dus bij die gemeente zijn. U houdt (uiteraard) uw Nederlandse nationaliteit.
Woon- of briefadres
Om ingezetene te kunnen zijn in Nederland moet u een adres opgeven bij een gemeente. De wet geeft hier twee mogelijkheden:
- U geeft uw woonadres op. Dat is (u raadt het al) het adres waar u woont (waaronder begrepen een adres van een woning die zich bevindt in een voer- of vaartuig met en vaste sta- of ligplaats), of, bij het ontbreken daarvan, het adres waar u naar redelijke verwachting gedurende drie maanden ten minste twee derde van de tijd (twee maanden dus) zult overnachten (art 1 GBA).
- Als u geen woonadres kunt opgeven, geeft u een briefadres op. Een briefadres is 'het adres waar voor betrokkene bestemde geschriften in ontvangst worden genomen en waar, indien daartoe grond bestaat, zorg wordt gedragen dat geschriften of inlichtingen daarover betrokkene bereiken'. Een postbus kan dus nooit als briefadres worden opgegeven! In de aangifte van een briefadres moeten de redenen voor de aangifte van een briefadres (in plaats van een woonadres) worden vermeld. Verder moet degene, die op uw briefadres woont schriftelijk verklaren in te stemmen met het feit, dat u daar uw briefadres houdt.
In de meeste gevallen hebben overwinteraars een woonadres in Nederland.
Dat kan het eigen (huur)huis zijn of het adres van een van de kinderen. Deze laatste variant komt met enige regelmaat voor.. De reden is eenvoudig. Wie de smaak van overwinteren te pakken heeft wil steeds weer en (soms) steeds langer weg. Wie een belangrijk deel van het jaar in Spanje of Portugal is, zal zijn eigen (huur)huis in Nederland al snel als een kostenpost en een zorg gaan ervaren. Immers, al zullen de kosten zeker ’s winters veel lager zijn dan wanneer u in het huis verblijft, de resterende kosten zijn toch niet onaanzienlijk. Verder moet er gezorgd worden voor het huis (de tuin verwilderd in het voorjaar, periodiek moeten de kozijnen worden geschilderd), er moet op gepast worden en de verzekeraar heeft problemen met een leegstaand huis (zie Verzekeren).
Een aantal mensen kiest daarom voor het opzeggen/verkopen van het eigen huis en trekt bij een van de kinderen in. Het adres van een van de kinderen wordt dan als woonadres opgegeven bij de betreffende gemeente.
Ongewenste gevolgen!
In een aantal gevallen kan deze keuze ongewenste gevolgen hebben. Dat is met name het geval, als uw kind alleen woont op het betreffende adres en/of een uitkering ontvangt. Doordat u er ook uw woonadres vestigt, wordt uw kind niet meer aangemerkt als alleenstaand in fiscale zin, voor de huursubsidie, voor de milieuheffing en voor een aantal uitkeringen, waaronder de Bijstandswet. De financiële gevolgen kunnen dus heel groot zijn. Is uw kind alleenstaand, en/of heeft hij of zij een huurhuis met huursubsidie en/of een uitkering, dan moet u drie keer nadenken voordat u tot inwoning besluit.
Briefadres
Het alternatief voor inwoning is het briefadres. Deze voorziening is met name (maar niet uitsluitend) in het leven geroepen voor mensen, die langdurig in een instelling/verzorgingstehuis verblijven. De post (in ieder geval alle formele post, u moet denken aan bekeuringen, belastingformulieren, dagvaardingen e.d.) komt dan op het briefadres aan. Door het vestigen van een briefadres geeft u formeel te kennen, dat u op dat adres niet woont (dat wil zeggen overnacht gedurende meer dan 2/3 van drie maanden, zie art. 1 GBA, definitie woonadres). Verder moet u uiteraard blijven voldoen aan de voorwaarde voor het zijn van ingezetene in Nederland (u mag niet meer dan 2/3 van een jaar in het buitenland zijn, zie art 68 GBA). Als u aan deze voorwaarden voldoet, kunt u een briefadres opgeven. U moet daarbij de redenen opgeven, waarom u een briefadres en geen woonadres opgeeft. Die reden voor het opgeven van een briefadres kan (dus) niet zijn: “ïk/wij verblijven langdurig in het buitenland”. U krijgt dan onmiddellijk als reactie, dat u zich moet uitschrijven uit Nederland en u moet inschrijven in het land van vestiging. Wel kunt u opgeven, dat u in de komende periode veel reist en (dus) regelmatig van verblijfplaats verandert. Houd er rekening mee, dat er zich omstandigheden kunnen voordoen, waarbij u om bewijs van die stelling wordt gevraagd. De gemeente is bevoegd om -als aangetoond kan worden dat uw registratie niet in overeenstemming is met de werkelijkheid- uw inschrijving ambtshalve te wijzigen (art 24 GBA). Het is in zo’n geval erg prettig als u middels bijvoorbeeld nota’s van campings of andere accommodatie kunt aantonen, waar u werkelijk verbleef in de voorliggende periode.
Degene, bij wie u uw briefadres vestigt, neemt de verplichting op zich er voor te zorgen dat alle (formele) post u ook feitelijk bereikt, niet meer en niet minder. Het is dus niet zo dat de verlener van het briefadres aansprakelijk wordt voor bijvoorbeeld de betaling van uw bekeuringen en belastingaanslagen.
De reacties van gemeentes op het vestigen van een briefadres zijn heel verschillend. Sommige gemeentes vertonen zeer afwijzend gedrag en zullen proberen u van alle kanten te overtuigen van het feit, dat u dat niet moet doen. Andere gemeentes schrijven u zonder meer in. Over het algemeen hoeft u niet te rekenen op heel veel enthousiasme van gemeentewege. De gemeente loopt immers belastinginkomsten mis. Laat u zich niet afschrikken. Als en zo lang u aan de voorwaarden voldoet, hebt u recht op een dergelijke inschrijving.
Er is in Nederland -net als elders- geen actief 'opsporingsbeleid, met betrekking tot de vraag, of u nu wel of niet feitelijk aanwezig bent op het adres, waar u staat ingeschreven. Wie meer dan acht maanden per jaar wegblijft, hoeft dus niet meteen een probleem te verwachten, al heeft -zoals gezegd- de gemeente wel de bevoegdheid uw registratie te wijzigen, als aangetoond kan worden, dat uw registratie niet in overeenstemming is met de werkelijkheid.